De essentie van mijn werk is de innerlijke ziel, de naakte
waarheid.
Deze subjectieve ervaring (ziel) is moeilijk te omschrijven, deze
ziel echter creëert in mijn hoofd een vorm, ik zie deze in zijn
volledigheid, geheel rondom, alles wordt bij wijze van spreken
"bewoond". Dit intuïtief idee sluimert lange tijd in mijn innerlijk.
Elke voorzijde krijgt een achter, boven en onderzijde, het geheel
bezit een middelpunt, een balans en een zwaartepunt. Ik probeer geen
uiterlijkheden na te bootsen, ik plaats mij in het innerlijke van
een onderwerp en van daaruit ontstaat een uiterlijk. Vandaar dat
realisme en kubisme beide in mijn creaties tot stand komen.
Ik ambieer een harmonie in lijn en massa tussen ruimte en volume.
Het moet het licht omarmen en de omliggende ruimte erbij betrekken,
zodra dit proces heeft plaatsgevonden, is de drang tot creëren voor
mij bijna onweerstaanbaar.
De ogenschijnlijke toeval, door mij gecontroleerd, is hetgeen wat
mijn werk wel of niet geslaagd maakt. Als ik het menselijk lichaam
portretteer dan wil ik niet alleen anatomisch correct werken maar de
beweging van spieren onder de huid laten zien. Mijn oppervlakken
moeten eruit zien alsof zij zich van binnenuit verheffen tot een
Zijn. Na het creëren van de basis vorm wordt in het opvolgende,
langdurige en intensieve proces de uiteindelijke fijne details
aangebracht.
Hierin kun je ook te ver gaan, dan gaat de schil (buitenkant)
aandacht weghalen van de innerlijke ziel van het werk, ik noem het
onrust. Het plaatsen van de details moet verassend zijn en pas
opvallen bij nadere inspectie, natuurlijk spelen zij al een rol bij
de eerste algehele indruk, maar de ontdekkingsreis van de algehele
vorm wil ik langdurig en verassend laten zijn.
Beeldhouwwerken die reageren op de omgeving, kunnen niet langer
uitsluitend als object beschouwd worden, zij nemen de omgeving in
zich op en zijn daardoor meer dan de materiele ruimte die zij in
beslag nemen. Dit ontstaat in mijn werk door middel van de
afgeplatte en gepolijste, bronzen, spiegelende gezichten. Dit
oppervlak zorgt ook voor interactie met de aanschouwer, hiermee wil
ik een subtiele confrontatie bewerkstelligen. Het is echter
inmiddels een uitgesproken kenmerk geworden van mijn sculpturen.
Ik creëer een duet tussen mij en mijn medium, ik wil de taal van de
was laten spreken, de vrijheden die het biedt volledig benutten en
in het werk terug laten komen. De ontdekkingsreis van het materiaal
is essentieel voor het benutten van alle mogelijkheden die het
biedt. Bij bronzen beelden begint het met het medium was, daarna het
brons en uiteindelijk de patina. Dat brons feitelijk eerst wordt
geboetseerd daarna gehouwen en uiteindelijk gekleurd maakt het tot
het meest complete kunstvorm. Alle afzonderlijke processen moeten
uiteindelijk gezamenlijk een harmonieus geheel gaan vormen.
Zelfs als een leek naar een kunstwerk kijkt dan kan hij / zij
proeven (voelen) dat er iets niet aan klopt, ik noem het een vieze
smaak in de mond krijgen. Deze wansmaak kunnen herleiden naar de
oorzaak is belangrijk want je kunt daardoor veranderingen
aanbrengen. Als kunstenaar moet je een kritische analyse kunnen
maken van je werk, daarvoor is tijd nodig en eventueel drastisch
ingrijpen, gehele onderdelen vervangen of weghalen, totdat het
uiterste is bereikt.
Een kunstwerk hoeft niet te kloppen of liever juist niet, het
moet echter wel smoelen, zijn eigen symfonie schrijven zonder valse
noot.
Corinna de Jong